Tennis met haviksogen

Gepost op 14 februari 2011 om 14:55

Afgelopen week was ik bij het ABN Amro World Tennis Tournament. Harde services, strakke returns. Vanaf de tribune is het al nauwelijks waar te nemen, maar voor lijnrechters is het ook niet makkelijk. In of uit? Het menselijk oog kan je bedriegen. Maar gelukkig is er Hawk-Eye.

De vaste volgens van tennis kennen de beelden wel. Call van de lijnrechter, speler kijkt verbaasd en steekt zijn hand op. Het teken voor een herhaling op een groot scherm. De bevestiging dat de bal in is, of uit natuurlijk. Hawk-Eye: een systeem dat precies weet waar de bal de grond heeft geraakt.

Sinds 2005 mag Hawk-Eye werkelijk meebeslissen op de tennisbaan, in 2008 zijn er regels opgesteld. Iedere speler mag drie keer per set de Hawk-Eye inschakelen. Heeft de speler gelijk, dan blijven de drie kansen staan. Zag de lijnrechter het goed, dan verliest de speler één zogenoemde challenge. Maar: hoe werkt het eigenlijk?

Kort samengevat: goed kijken en heel veel rekenen. Het begint met een stuk of tien videocamera’s. Die hangen rond de tennisbaan en elke camera filmt vanuit een andere hoek de baan van de bal. Die beelden komen samen in een computer, worden omgerekend en worden omgezet naar een animatie: het beeld dat iedereen ziet op een groot scherm.

Op basis van de verschillende beelden kan worden uitgerekend waar de bal zich op de baan bevindt. Met drie camera’s is dat met een beetje wiskundige kennis al te doen, maar: hoe meer camera’s, hoe nauwkeuriger. En op die manier is het ook geen ramp als Roger Federer net door het beeld loopt, of Rafael Nadal in de baan van de bal gaat staan.

Maar… Hoe weet een camera nou wat de bal is? De computer kijkt naar opvallende kleurverschillen. Op een donkere tennisbaan is de bal een witachtige vlek. Het systeem filtert er op grootte en vorm nog wel de lijnen, spelers en het net uit. Dus heeft de camera liefst een zwarte baan, met een witte bal. Maar dat gebeurt nooit.

Nog geïnteresseerd in de berekeningen die de computer maakt? Mwah. Dan naderen we het punt waarop ik zeg: ach, ik geloof wel dat het waar is. Trianguleren, sinusregels, driehoeksmetingen, omrekenfactoren als de bal zich niet helemaal in het midden van het scherm bevindt; tja, ik ben niet voor niks geen wiskunde gaan studeren. Het klinkt interessant, maar ik zeg heel eerlijk: ik geloof wel dat het klopt.

En dan, na snel rekenwerk, zien wij op het scherm de bal opnieuw stuiteren. De animatie ‘overrulet’ het menselijk oog. Of geeft het menselijk oog gelijk. Een animatie, afgerond met een afdruk. Dan kun je met eigen ogen zien of de bal al dan niet uit was. Om alle twijfel weg te nemen. De techniek staat voor niets.

Tags: , , ,